Praktische opdracht

Fotograferen van sterren

Als je zelf 's nachts naar de sterrenhemel kijkt, zul je de sterren zien als witte stipjes van verschillende helderheid. Afhankelijk van hoe goed je ogen zijn zie je alleen maar de helderste sterren. Door de sterrenhemel te fotograferen kun je ook sterren vastleggen die je met je blote oog niet kunt zien. Sterker nog je kunt zelfs de kleuren van de sterren vast leggen. In het donker is je oog namelijk niet meer zo gevoelig voor kleuren, dan zie je alle sterren als witte stipjes (op soms de helderste na). Door een kleurenfilm lang te belichten is hij in het donker net zo gevoelig voor kleur als overdag en kun je de kleuren van de sterren vastleggen. In deze opdracht zul je zelf foto's maken van sterrenbeelden, en zodoende te weten komen wat de kleuren en helderheden van de sterren zijn. Door na afloop de foto's te vergelijken met een gedetailleerde sterrenkaart kun je zien hoe zwak de zwakste sterren zijn die je gefotografeerd hebt, wat je weer kunt vergelijken met wat je nog met je blote oog hebt kunnen zien.

Deze opdracht bestaat uit een drietal onderdelen:

  1. Het zelf uitzoeken wat voor een type fototoestel en bijbehorende apparatuur en fotofilm je nodig hebt om sterren te fotograferen.
  2. Het fotograferen van een aantal sterrenbeelden vanaf een donkere plaats.
  3. Het schrijven van een verslag van 5 pagina's A4 over de gebruikte apparatuur, de resultaten van de sterrenfoto's en de vergelijking daarvan met een sterrenkaart. Met behulp van de sterrenkaart kun je de grensmagnitude bepalen van je foto. Beschrijf ook kort welke ster of sterrenbeeld je gefotografeerd hebt, hoe is het sterrenbeeld aan z'n naam gekomen?

Om goede sterrenfoto's te maken is het belangrijk om van te voren goed na te denken over wat je gaat fotograferen, en vooral waar (donkere plaats!). Om een sterrenbeeld te fotograferen heb je geen telelens nodig maar het fototoestel moet in ieder geval een tijdopname kunnen maken (de 'b' stand). Je moet natuurlijk wel eerst het sterrenbeeld aan de hemel herkennen. Vrijwel alle sterren hebben een kleur, die is vrij gemakkelijk vast te leggen. Om een goede sterrenfoto te maken moet je een serie foto's nemen, varieer daarbij dan de belichtingstijd. Je krijgt ook een aardig resultaat als je een foto heel lang (bv 10 tot 30 min) belicht, de sterren vormen streepjes op de foto!

Voor tips, en mogelijke apparatuur kun je terecht bij een sterrenwacht of een sterrengids raadplegen. Sterrenkaarten kun je vrijwel altijd vinden in een sterrenkunde boek. Maar welke kleur een ster heeft staat er vaak niet in.

 

Begeleidingsblad

Fotograferen van sterren

Benodigde tijd

20 slu

Benodigdheden

  • Fototoestel met B-instelling en 50 mm lens
  • Draadontspanner
  • Statief
  • Dia- of kleurenfilm 400ASA

Randvoorwaarden

Om sterren te fotograferen is een heldere avond nodig. Daarnaast een donkere plaats, waar er weinig hinder is van storend licht zoals straatverlichting, verkeerspleinen etc. Ook is het belangrijk dat een groot deel van de sterrenhemel te zien is.

Benodigde voorkennis

Voor het fotograferen van sterrenbeelden is het belangrijk dat je een paar sterrenbeelden aan de hemel kunt vinden. Enige handigheid met het omgaan van foto apparatuur is ook vereist.

Informatiebronnen

  • Sterren en Planeten 1999. Stichting UniVersum, Utrecht, 1998. ISBN 90-6638-033-0
  • Sterrengids 1999. Mat Drummen. Stichting De Koepel. Utrecht, 1998. ISBN 90-6638-034-9

Inleiding

Sinds de introductie van fotografie is de ontwikkeling van onze kennis van de sterrenhemel in een stroomversnelling geraakt. Met behulp van astrofotografie zijn details vast te leggen, die met het blote oog, of zelfs door een telescoop niet zichtbaar zijn. Het grootste verschil is de belichtingstijd: door een foto lang te belichten kan gedurende een lange tijd het licht verzameld worden. Daardoor worden veel zwakkere objecten zichtbaar maakt. Een tweede belangrijk verschil is het vastleggen van kleuren van sterren. Het blote oog is in het donker nauwelijks gevoelig voor kleur, een simpel fotofilmpje is dat wel.

In deze opdracht maken leerlingen kennis met de mogelijkheden van astrofotografie. De leerlingen leren omgaan met een fototoestel, en hoe ze daarmee sterren kunnen fotograferen. Ook leren ze zelf sterrenbeelden zoeken en vinden. De leerlingen vergelijken de foto's met de kaarten in een sterrenatlas. Op deze manier kan de helderheid van de zwakste sterren op de foto worden bepaald. De opdracht laat voldoende ruimte over voor eigen initiatief.

Uitvoering

Het fotograferen

Om sterren te fotograferen moet er voldoende lang belicht worden, maar ook weer niet te lang omdat anders de sterren als streepjes op de foto komen. De sterren bewegen, net als de zon, in een baan langs de hemel wat het gevolg is van de draaiing van de Aarde. Voor een goede belichting kun je als stelregel 30 seconden nemen. Maar het beste is het nemen van een serie dezelfde foto's met verschillende belichtingstijden, bijvoorbeeld 20, 30 en 40 seconden. Op deze manier kunnen leerlingen ontdekken dat bij een langere belichtingstijd meer details kunnen worden vastgelegd. Bij veel fototoestellen moet ook het diafragma worden ingesteld. Zorg dat de opening zo groot mogelijk is. Dit betekent dat het diafragma-getal zo klein mogelijk moet zijn.

Bij het fotograferen van de sterren heeft het geen zin een flitser te gebruiken. Laat leerlingen zelf nadenken waarom dit zo is. Een lang belichte foto is eventueel leuk als extra opdracht (langer dan 5 min bijvoorbeeld), de sterren worden dan streepjes.

Het maken van veel foto's is de beste manier om tot een goed resultaat te komen. Als de foto's naar de fotograaf gebracht worden is het verstandig om te vertellen dat het gaat om opnamen van sterren, zodat de fotograaf ze niet als mislukt beschouwd!

Welk sterrenbeeld?

De 'Grote Beer' is een sterrenbeeld dat veel mensen aan de hemel kunnen vinden en dat bovendien gedurende het hele jaar aan onze hemel staat. In de buurt van dit sterrenbeeld staat ook de poolster. De poolster is ook heel geschikt, wanneer er een lang belichte foto wordt gemaakt. In de winter zijn sterrenbeelden zoals 'Orion' of de 'Stier' ook heel geschikt. In het voorjaar staat juist het sterrenbeeld 'Leeuw' heel hoog, en zomers is de 'Zwaan'. Laat leerlingen eerst de positie van het sterrenbeeld op een kaart opzoeken en daarna zelf aan de sterrenhemel vinden.

Grensmagnitude

De foto's kunnen vergeleken worden met een sterrenkaart. Een simpele sterrenkaart is in vrijwel elk sterrenkunde boek te vinden. Kaarten met ook de zwakkere sterren zijn verkrijgbaar bij de sterrenwachten. Als er een serie foto's gemaakt is, kunnen deze prima in het verslag gebruikt worden. Aan de hand hiervan kan men laten zien wat het resultaat is van bijvoorbeeld steeds 10 seconde langer belichten.

Sterhelderheden worden uitgedrukt in magnituden, hoe hoger het getal, hoe zwakker de ster is. De helderste ster die 's nachts te zien is is Sirius, met magnitude -1.6. De zwakste sterren, die we met het blote oog kunnen waarnemen zijn ongeveer magnitude 5, of zelfs 6 bij een zeer heldere nacht. De zwakst zichtbare sterren bepalen de zogenaamde grensmagnitude. Met een sterrenkaart kan de grensmagnitude van de foto bepaald worden.

Eindproduct

Het project wordt afgesloten met een verslag. Dit verslag bevat informatie over de gebruikte apparatuur, de waarneemomstandigheden, de sterrenbeelden en de resultaten van de foto's. Het verslag bestaat uit min. 5 en max. 10 pagina's A4, inclusief illustraties.

© 1999 Stichting Universum, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Copiëren voor eigen gebruik, privé of op school, is toegestaan. Overname van deze tekst in andere uitgaven mag alleen met schriftelijke toestemming van de uitgever.

Terug naar startpagina.