Christoffel Waelkens: Telescopen voor infrarood-sterrenkunde

Hetgeen wij (en voor ons Janssen en Galilei) van de sterrenhemel kunnen zien op aarde, is hetgeen door onze atmosfeer geraakt en dat ons oog kan registreren. Maar dit is slechts een beperkt gedeelte van de elektromagnetische straling die door de hemellichamen wordt uitgestraald. Het is wel een nuttig deel van het spectrum wanneer we naar sterren willen kijken, maar toont ons niets van de koelere gebieden in het heelal, daar waar bij voorbeeld sterren geboren worden en waar ze vergaan. Om het koude heelal (dat trouwens echt 'cool' is) te verkennen, hebben we instrumenten nodig die gevoelig zijn voor infrarode straling. Infrarood-sterrenkunde is een kunst op zich: vermits de omgeving zelf bij die golflengten uitstraalt, is het zoals naar de sterren kijken overdag. Ze stelt dus grote eisen aan de telescoop en detectoren (die moeten zeer sterk afgekoeld worden) en wordt het best bedreven vanuit de ruimte. Het is wel de moeite waard, want een grote fractie van de energie van het heelal komt via infrarode straling bij ons terecht.