Praktische opdrachtTelescopen door de eeuwen heenIn de sterrenkunde spelen telescopen een belangrijke rol. Nieuwe ontdekkingen en nieuwe inzichten komen vrijwel altijd voort uit betere waarnemingen van ons heelal. In de natuurkunde is het essentieel om hypothesen te toetsen door het uitvoeren van experimenten. In de sterrenkunde is dat echter onmogelijk. Het waarnemen van het heelal is daarom de enige manier om meer te weten over het ontstaan en de levensloop van sterren. Vroeger, toen er nog geen telescopen waren, werd er alleen maar met het blote oog waargenomen. Toen in het begin van de 17e eeuw de telescoop werd uitgevonden is de sterrenkunde in een stroomversnelling geraakt. Sindsdien werden er steevast nieuwe ontdekkingen gedaan zodra er betere telescopen ontwikkeld werden. Ook vandaag de dag gaat dit op. Technische ontwikkelingen zorgen ervoor dat er steeds grotere telescopen ontwikkeld kunnen worden. Zo is het nu mogelijk om verschillende telescopen aan elkaar te koppelen, waarmee we nog verder in het heelal kunnen kijken. De ontwikkeling van de ruimtevaart maakte het mogelijk om satellieten te lanceren. De Hubble-ruimtetelescoop heeft daardoor geen last van turbulenties in de atmosfeer. De haarscherpe beelden van de Hubble leverden bijvoorbeeld nieuwe inzichten op over de geboorte van sterren.In deze opdracht ga je een literatuuronderzoek doen naar de geschiedenis van de ontwikkeling van telescopen. Allereerst zul je een algemeen overzicht maken van de verschillende typen telescopen, die in het verleden ontwikkeld zijn. Welke optische principes lagen aan deze telescopen ten grondslag? Daarnaast maak je kennis met de verschillende opstellingen (monteringen) waar deze telescopen mee werken. Wat is een ideale locatie om waarnemingen te verrichten en waarom? Vervolgens verdiep je je in één van de hieronder genoemde onderwerpen. De resultaten van dit literatuuronderzoek leg je vast in een verslag van zo’n 5 pagina’s A4. Verdiepingsonderwerpen:
De Merztelescoop van Sterrenwacht Sonnenborgh. BegeleidingsbladTelescopen door de eeuwen heenBenodigde tijd10 slu Benodigdheden Computer met internetaansluiting Benodigde voorkennis Begrippen uit de optica zoals: lens, spiegel, brandpuntafstand, brandpunt, vegroting en golflengte moeten bekend zijn. Informatiebronnen
De telescoop is het belangrijkste middel om in de sterrenkunde nieuwe ontdekkingen te kunnen doen. Sterrenkundigen kunnen geen experimenten uitvoeren in een laboratorium. De voortgang van de sterrenkunde is daardoor zeer afhankelijk van de technische vooruitgang in de waarnemingsinstrumenten. Er wordt vaak verteld dat de telescoop uitgevonden is in Nederland. In het begin van de 17e eeuw hebben de brillenmakers Zacharius Jansen en Hans Lippershey de ‘Hollandsche kijker’ ontwikkeld die zij in de brillenwinkel verkochten. Het idee van een verrekijker, bestaande uit twee lenzen, hadden de brillenmakers echter van een Italiaanse soldaat. Hoe deze soldaat aan de kijker kwam vertelt de geschiedenis niet. Ofschoon de Nederlanders misschien niet de echte uitvinders zijn, is het wel dankzij hun kennis van het maken van lenzen dat de telescoop verbeterd werd en snel een zakelijk en militair succes werd. De doorslag voor de sterrenkunde kwam pas toen Galilei de telescoop op het heelal richtte en er vele ontdekkingen mee deed. De huidige verrekijkers zijn nog steeds op hetzelfde principe van de twee lenzen gebaseerd. Voor de huidige telescopen was echter nog een andere essentiële uitvinding nodig: de spiegeltelescoop. Isaac Newton paste als eerste een holle spiegel in een telescoop toe. Een principe dat vandaag de dag nog steeds gebruikt wordt, zij het in vele varianten. Doel van de opdracht In deze opdracht doen leerlingen ervaring op met het uitvoeren van een literatuuronderzoek. Er wordt kennis gemaakt met de vele natuurwetenschappelijke tijdschriften die in Nederland uitgegeven worden. De leerling krijgt ook inzicht in het belang van de techniek voor de ontwikkeling van de wetenschap. Bij de uitvoering van de verdiepingsopdracht wordt inititatief van de leerling verwacht; de onderwerpen worden niet in elk boek uitgebreid beschreven. Toegankelijke geschreven informatie is met wat moeite wel te vinden. Eindproduct Het verslag zal uit een algemeen deel en een verdiepingsdeel bestaan. In totaal zo’n 5 bladzijden A4. Algemene deel In het algemene deel wordt de historische ontwikkeling van telescopen beschreven. Beginnend met de ‘Hollandsche kijker’. Hiervan kan het optische principe beschreven worden, met eventueel de berekening van de vergrotingsfactor. Ook de (Newton) spiegelkijker zal in het verslag terug moeten komen. Naast deze twee hoofdtypen zijn er nog enkele daarvan afgeleide typen; zoals de Schmidt-Cassegrain of Maksutov telescoop. Vervolgens een overzicht van de typen opstellingen (monteringen) die gebruikt worden bij telescopen: azimutaal (of Dobson) en parallactisch. Een beschrijving van de ideale waarnemingslocatie, onderbouwd met argumenten, mag in het verslag niet ontbreken. Verdiepingsdeel Dit deel geeft de leerling de gelegenheid om zich te verdiepen in een bepaald aspect uit de ontwikkeling van telescopen. Hieronder volgen enige punten behorend bij de mogelijke onderwerpen.
|
|
|
|